Kaalslag of hysterie

Een klein jaar nadat zijn Vijfde verpletterende indruk had gemaakt, liet Dmitri Sjostakovitsj weten dat hij aan een nieuwe symfonie werkte. Een monumentale compositie voor groot orkest met koor en vocale solisten zou het worden, als eerbetoon aan Lenin. Maar toen Sjostakovitsj zijn Zesde af had, moest hij de verwachtingen temperen. De aangekondigde Leninsymfonie was het niet geworden. Niet dat de plannen voor zo’n werk van de baan waren, maar de realisatie vergde meer tijd dan gepland.
Koorsymfonie of niet, naar de première van Sjostakovitsj’ Zesde werd reikhalzend uitgezien. Hartsvriend Isaak Glikman herinnerde zich het nog tientallen jaren later. In zijn boek Story of a Friendship vertelde hij hoe het nieuwe werk werd ontvangen bij de eerste uitvoeringen in Leningrad en Moskou.
"De première op 5 november 1939, door het Leningrad Philharmonisch Orkest onder leiding van Jevgeni Mravinski, was een enorm succes. De finale kreeg een encore, wat maar zelden gebeurt bij eerste uitvoeringen van een symfonie. Toen de Zesde symfonie daarna in Moskou haar première zou krijgen, kon Sjostakovitsj er zelf niet bij zijn. Hij vroeg mij om naar Moskou te gaan om de repetities bij te wonen en de hele gang van zaken een beetje te volgen, en hem daar per brief van op de hoogte te houden. Dat deed ik, maar ik verzweeg voor hem wat ik opving in mijn gesprekken met verschillende musici, die me vaak wanhopig stemden. Sommigen vonden de symfonie het werk van een arrogante jonge componist, die doelbewust de symfonische traditie aan zijn laars had gelapt door een driedelig werk te schrijven zonder enige herkenbare vorm. Anderen verkondigden misprijzend dat Sjostakovitsj zich in een ivoren toren had teruggetrokken, waar hij de voeling met wat er om hem heen gebeurde was kwijtgeraakt; daardoor had hij een Largo geschreven waarbij de luisteraars al vanaf het begin in slaap zouden vallen. Weer anderen glimlachten meewarig dat het slotdeel de muzikale weergave van een voetbalwedstrijd was, waarbij voor elk team de kansen steeds weer keerden.
Van dat soort opmerkingen was natuurlijk niets meer te horen toen het grootse werk uiteindelijk met overweldigend succes klonk in de Grote Zaal van het Conservatorium van Moskou. Maar het vreemde was, dat ik naderhand, toen ik weer terugkeerde naar Leningrad, de herinnering aan die vervelende gesprekken niet van me kon afschudden."
Glikmans gevoel van ongemak bleek terecht, want dit patroon rondom Sjostakovitsj’ Zesde – ovaties van het publiek, misprijzen bij de critici – zou zich blijven herhalen. Niet alleen in Rusland, maar ook in de rest van de wereld. Illustratief is de recensie van Leslie Sloper in de Christian Science Monitor van 27 maart 1942, nadat de symfonie haar eerste uitvoeringen in Boston had beleefd.
"Het kwam zo uit dat ik Sjostakovitsj' Zesde gisteren voor het eerst hoorde. Ik had er al heel wat over gelezen, onder meer de woorden van dr. Stokowski die ook in het programmaboekje werden aangehaald: ‘In zijn Vijfde symfonie hield Sjostakovitsj nog de gebruikelijke opzet van een symfonie aan, maar in zijn Zesde symfonie toont hij zich eigenzinniger. Het werk telt drie delen in plaats van vier, het eerste is het langzame deel, het tweede het scherzo, het derde is gebaseerd op dansritmes en op thema’s die hun inspiratie vinden in de Russische volkscultuur.’
De eminente dirigent uit Philadelphia lijkt hier een opmerkelijke definitie van muzikale eigenzinnigheid te hanteren. Als we hem letterlijk moeten nemen, heeft de componist zijn eigenzinnigheid getoond door het eerste deel achterwege te laten. Als we die redenering doortrekken, zouden we moeten concluderen dat hij door ook het tweede, derde en vierde deel te schrappen het toppunt van eigenzinnigheid had kunnen bereiken, ofwel het nihilisme. Dat lijkt me allemaal niet erg constructief, en ik zie er dan ook niets in. In mijn oren klinkt een symfonie zonder eerste deel gemankeerd. In dit geval wordt dat probleem nog versterkt door de lengte van het langzame deel, die buitensporig is. Het is echt jammer dat Sjostakovitsj dat eerste deel wegliet, want er zijn in het Largo best wat mooie momenten die veel beter zouden hebben geklonken – daar ben ik zeker van – als er een energiek openingsdeel aan vooraf zou zijn gegaan. De laatste twee delen zijn levendig en onderhoudend, maar het werk als geheel is overduidelijk uit balans en het vereist een complete herziening."
Dat was ruim tachtig jaar geleden, toen Sjostakovitsj’ Zesde nog nieuwe muziek was. Maar in de 21ste eeuw lijkt er nog steeds niet veel veranderd. De laatste keer dat het Rotterdams Philharmonisch Orkest deze symfonie speelde – in 2004 was dat – roemde een vooraanstaand recensent de ‘elektriserende spanning’ van de uitvoering, maar voor de compositie zelf leek hij weinig waardering te kunnen opbrengen. ‘Op een traag openingsdeel, waarin de muziek menigmaal tot een of twee kale lijnen gereduceerd wordt, volgen twee razendsnelle delen met opgefokte Radetzky-marsritmes.’ Samenvattend vond hij de symfonie een kwestie van ‘Kaalslag of hysterie’.
Kritiek blijft de Zesde achtervolgen. Applaus ook. In 2004 kreeg de symfonie wederom een staande ovatie van het publiek. Het moet raar lopen, wil dat bij de komende uitvoering niet opnieuw gebeuren.
Tekst: Bart Diels Foto: SCH Publishers
Dit artikel verscheen eerder in Intrada, februari - april 2026 nr. 1.
